Getuigenis Fran Van Trichtveldt (57): “Een ding is zeker; mijn borst komt er terug!”

Dit jaar uitgerekend in oktober, borstkankermaand, ontdekte ik per toeval een knobbeltje in mijn linkerborst. Even was er grote paniek, huilend dacht ik het ergste… dan ebde de angst weg. Het zou wel een lipoompje zijn zoals er in september ééntje in mijn dij gevonden was. Een onschuldig vetknobbeltje gaat mijn leven niet op zijn kop zetten.

Toch maar een afspraak in de kliniek gemaakt. Drie dagen later kon ik, samen met mijn dochter, al op consultatie, bij een heel lieve assistent-gynaecologe. Mijn vertrouwde arts, sinds 30 jaar, is op pensioen. Toch won deze nieuwe arts onmiddellijk mijn vertrouwen. Rustig regelde ze voor ’s anderendaags een mammografie en een echografie. Ik herinnerde me de screening van januari 2017 nog helder. Dat was absoluut geen pretje, maar gelukkig was die toen negatief…

Na de mammo een echo…”Ja, mevrouw, ik vind hier nog twee knobbeltjes. Ook niets te zien op deze mammo, wel duidelijk op de echo. Zullen we dan maar best ineens een biopsie plannen?” De radioloog kon mij niet echt geruststellen. Dat was ook niet nodig, ik wist genoeg.

Enkele dagen later: de biopsie. Angstzweet in mijn handen en negen prikken later: “U weet de uitslag binnen vijf dagen.” Weer wachten…

Dinsdag 3 oktober, verdict: de twee knobbeltjes links zijn kwaadaardig, de derde rechts niet. Mijn dochter nam mijn hand vast en even welden de tranen op, dan nam mijn cynische, realistische kantje mijn gevoelens over. Tijdens het daaropvolgende gesprek met de borstverpleegkundige was ik al pruikjes en sjaaltjes aan het regelen. Ik loop altijd al op de feiten vooruit. Gelukkig zette ze me vlug terug op de grond. Ze regelde de mallemolen aan onderzoeken: botscan, bloed, leveronderzoek, longen, … complete check-up met andere woorden.

Het enige dat ik daarna zeker wilde horen is: “Er zijn tijdens de onderzoeken van deze week géén uitzaaiingen in uw lichaam gevonden, niet in uw beenderen, niet in uw longen, niet in uw lever…” Goed nieuws dus!

Het zou vrijdag de 13de niet geweest zijn zonder minder goed nieuws: “… maar in uw linkerborst zijn buiten de twee gekende knobbeltjes nog een aantal minuscule verdachte plekjes opgemerkt. Helaas kunnen we uw borst niet redden…”

En dat wilde ik echt niet horen!

Eerst ongeloof, dan verdriet, gevolgd door paniek, de rollercoaster van emoties draait op volle toeren. Ik wil ze niet kwijt, ik wil geen halve vrouw zijn, ik kan dat niet aan…

Het is nog te vroeg om te bepalen welke reconstructie mogelijk is, maar één ding is zeker: ze komt er terug! De oncologe zal in samenspraak met de plastische chirurg de mogelijkheden bespreken. Vrijdag is er alvast een afspraak gepland, waarna beide artsen de agenda’s naast mekaar kunnen leggen om een datum voor de ingreep te prikken.

Na de operatie volgt er een reeks bestralingen, 5 keer per week, minstens 5 weken lang…Pas maanden later, minstens zes, kan de reconstructie beginnen.

Chemo is voorlopig nog niet aan de orde. Alles zal afhangen van de schildwachtprocedure… In lekentaal: of er kankercellen in de okselklieren gevonden worden. En dat kan pas ontdekt worden tijdens de operatie… Na het weekend zat mijn hoofd nog boordevol vragen: waarom kan er geen borstsparende operatie gebeuren, wat voor soort borstkanker heb ik dan, waarom geen preventieve radiotherapie…? Op aanraden van mijn dochter schreef ik alles op in een schriftje, dat zij in haar mooiste kalligrafisch geschrift “my boobie book” doopte.

Na het weekend de borstkliniek gebeld, ik mocht onmiddellijk langskomen. Daar legden ze me uit dat ik multifocale lobulaire borstkanker heb. Niemand heeft veel aan de uitleg, maar het komt er op neer dat slechts 5 tot 15 procent van de borstkankers lobulair is. En vermits er meerdere (multifocaal) van die vieze monstertjes gevonden zijn, kunnen ze niet anders dan heel de borst verwijderen.

Bovendien is mijn kanker heel hormoongevoellig. Hormoongevoelig betekent dat hormonen de tumor kunnen stimuleren om te groeien. 80% van alle borstkankers is oestrogeen positief. Ongeveer 65% van deze oestrogeen-positieve tumoren is ook nog eens progesteron-positief. Just my luck! De mijne horen bij die 65%! Dat wordt dan 10 jaar hormoontherapie…Hormoontherapie werkt net als chemotherapie door je hele lichaam. Eigenlijk is het anti-hormoontherapie, je krijgt namelijk geen hormonen toegediend, maar hormonenblokkers. Je kan de bijwerkingen al raden…

Tenslotte heb ik de dag afgerond met een twee uur durende info-sessie van BRA-day (Breast Reconstruction Awareness Day) waarbij alle plastische chirurgen verbonden aan de Antwerpse borstklinieken kwamen spreken. Nooit geweten dat er zoveel verschillende mogelijkheden zijn om borsten te reconstrueren: deep flap, latissimus dorsi, implantaten, expanders, kunsthuid, … ik zie het bos door de bomen niet meer.

Later die week volgde er een afspraak met de plastische chirurg om de mogelijkheden van een reconstructie te bespreken en een datum te prikken voor D-day. Ik had haar op BRA-day al kort gesproken, leuk dat ze me onmiddellijk herkende, dat gaf toch een vertrouwd gevoel. Na inspectie van mijn zieke borst besloot ze dat mijn buikje, dat ik al jaren vervloek trouwens, uitermate geschikt is voor een “diep flap”.

Tijdens de mammectomie zal ze een expander inbrengen zodat er minstens zes maanden na het beëindigen van de bestralingen een nieuwe borst gemaakt kan worden van eigen vetweefsel. Niet de meest gemakkelijke of pijnloze oplossing, maar wél de oplossing die ik wil.

Soms denk ik dat mijn leven een slechte film is. Zo’n drama dat ze op Vijf of Vitaya uitzenden. En ik speel daar de tragische hoofdrol in. Ik kijk er naar vanop de zijlijn. Nog geen enkele keer heb ik eens goed kunnen janken, niet kunnen roepen en tieren…Emoties die ik wél had toen mijn ouders en mijn man overleden. Ze zeggen dat het aanvaarden van deze rotziekte dezelfde fases van rouwverwerking doorloopt. Eerste fase is de ontkenning. Ontkenning is een bewuste of onbewuste weigering om de realiteit onder ogen te zien. Het is een natuurlijke vorm van zelfbescherming. Het helpt om zelf te bepalen in welk tempo het verdriet wordt toegelaten. We laten niet meer binnen dan we aankunnen. Sommige mensen blijven echter opgesloten in deze fase.

Maar langs de andere kant denk ik dat ik ook al aan de laatste fase begin: die van de aanvaarding. Als iemand voldoende tijd en vaak ook enige hulp heeft gehad om door de genoemde fasen te gaan begint men de realiteit te accepteren. Er komt berusting en men kan onthechten, loslaten. Loslaten is niet hetzelfde als vergeten. Het is het verlies een plaats geven in het leven en verder gaan.

Mijn dochter nam me nog mee naar een wellness centrum voor een complete lichaams- en gelaatsverzorging, waardoor ik nu met een zijdezacht velletje naar het ziekenhuis kan vertrekken. Tijdens de massages voelde ik pas hoe gespannen mijn lichaam reageert. Letterlijk op de tanden bijten en verkrampte spieren verraden dat de angst me toch in zijn klauwen heeft. Toch heb ik genoten van dit heerlijk moeder-dochter moment.

Ik ging ook alvast een prothese-bh halen. Dankzij de blog van lotgenote Diane Mintiens weet ik waar ik moet op letten. Ze raadt aan om naar een echte lingeriewinkel te gaan, kwestie van je wat minder ‘geamputeerde borst’ te voelen en meer ‘ik blijf vrouw en heb een ander soort bh nodig dan wat ik al heb’.

En intussen heb ik ook een foto-shoot achter de rug. Dit was ook een heel mooie ervaring, deel van mijn verwerkingsproces. Ik wilde toch nog wat herinneren voor later.

Hier stopt voorlopig mijn verhaal met mijn prille ervaringen, mijn ingreep is volgende week gepland. Nog 4 dagen probeer ik er alles uit te halen om toch nog te genieten van de kleine dingen. Eline de Munck zei: “Ik heb geen negen levens, dus wil ik alles uit dit éne halen!” Dàt probeer ik dan ook.

Lees meer: 

Manon's laatste brief
An gaat terug aan het werk
Zorgverpleegster Liesbeth Leemans' brief aan Anna
Kristien Hemmerechts, zelfstandige en borstkanker