Weer Aan Het Werk Blogs

Op onze Facebookpagina kon je elke week een pakkend verhaal lezen van een van onze Boezemvriendinnen en haar terugkeer naar het werk. Nu hebben we ze ook hier gebundeld op onze website. Veel leesplezier! 

Liesbeth Pontier

Liesbeth Pontier III.png

Wederom de twee jaarlijkse oproep voor het bevolkingsonderzoek naar Borstkanker. 28 mei hadden mijn man en ik besloten een feest te geven omdat we beiden een mijlpaal bereikten, mijn man 65 en ik 60 jaar. Dit wilden we vieren met vrienden.

Waarom weet ik niet, maar ik besloot om uitstel te vragen voor het bevolkingsonderzoek, tot 30 mei. Geen probleem, dacht ik, kan je makkelijk digitaal regelen. Toch spookte het steeds door mijn hoofd: “Ik wil niet horen dat ik borstkanker heb, want ik wil een feest zonder nare gedachten”. Het was uiteindelijk een leuk feest, mooi weer, iedereen deed mee aan een kookworkshop en we genoten van een vaartocht door de Delftse grachten.

Op 30 mei fietste ik naar de borstenbus, waar alles voorspoedig verliep. Een week later werd ik door mijn huisarts 's avonds opgebeld, na het bevolkingsonderzoek was er nader onderzoek gewenst. Ze wilde een afspraak met mij maken.

Zelf ben ik verpleegkundige op een van de vrolijkste afdelingen van het Reinier de Graaf ziekenhuis in Delft, afdeling verloskunde. Ik weet van collega's dat onze borstkankerzorg goed bekend staat, en onlangs hebben we weer een lintje ontvangen. Ik kon niet slapen en ben de volgende dag naar de mammapoli (borstkankerafdeling in Nederland, red.) gegaan, waar ik de situatie heb uitgelegd en gevraagd heb of ze me zo snel mogelijk konden helpen.

Ze hebben alles gedaan om de volgende dag een echo te regelen, biopten af te nemen en een afspraak met de oncologieverpleegkundige en de chirurg te maken: wat een goed team! Helaas werd er een kwaadaardige tumor gevonden, waardoor er een behandeling werd voorgesteld. Daar ben ik nu mee bezig.

Borstkanker ervaar ik als heel ingrijpend in mijn eigen leven en dat van mijn dierbaren. Je leven verandert van de een op de andere dag. Drie dagen na de uitslag zou ik nachtdienst gaan doen op het werk, maar was ik in staat om me te concentreren op mijn werk? Of zou ik geen fouten maken? Ik ben naar mijn afdeling en leidinggevenden gestapt en heb verteld wat er aan de hand was. Zo’n bericht slaat in als een bom.

Eén van de leidinggevenden vroeg me of ik even wilde spreken met een collega die ook borstkanker heeft gehad, en het was erg fijn om even met een lotgenoot te kunnen praten. Ik zag hoe ze nu weer aan het werk was, dat ze blij kon zijn en dat het goed met haar gaat. Meerdere collega's zijn mij voorgegaan in het traject van borstkanker. De dagen na de mededeling kreeg ik bloemen, kaartjes, sms’jes en mails en boden mijn collega’s hun hulp aan, bijvoorbeeld bij het huishouden. Zo ontzettend lief! Ik heb thuis een fantastische man en twee geweldige dochters, maar ook mijn werk is heel belangrijk voor me. Van de ene op de andere dag ben ik gestopt als verpleegkundige en werd ik patiënt.

Mijn plan was dat ik in 2017 zou stoppen met werken, na 40 jaar in de zorgsector. Toch wil ik graag betrokken blijven bij het ziekenhuis. Toen er een oproep kwam van het Ronald McDonald huis dat vrijwilligers zocht voor het Reinier de Graaf Gasthuis, heb ik me meteen opgegeven, samen met nog 30 andere, positieve mensen die betrokken zijn bij zieke kinderen en hun ouders. Ik had echt zin in deze uitdaging, maar ook dat staat nu even stil, maar men rekent nog steeds op mijn terugkomst wanneer ik me beter voel.

Mijn collega’s laten merken dat ze me niet vergeten, en dat scheelt de helft. Ze geven tips en diegene met borstkanker vertellen hun eigen ervaringen. Als ik in de put zit kijk ik hoe zij hun leven weer op de rails hebben gezet en dat geeft kracht om niet op te geven! Ik kan thuiswerken en online lezen wat er zich afspeelt op de afdeling, en op die manier voel ik me toch betrokken bij het werk. Ook krijg ik van de leidinggevenden steeds steun voor als ik het even niet zie zitten. Ik zie wel dat er veel verandert, en ik vraag me af hoe het moet als ik straks nog een klein poosje wil werken, maar ik ben ervan overtuigd dat iedereen bereid is me weer op weg te helpen.

Hoe de toekomst eruit gaat zien, kan niemand mij vertellen, maar de steun van het werk stimuleert mij enorm. Ik hoor ook verhalen van mensen die nauwelijks contact hebben met hun werk en daar verdrietig om zijn. Ik zie mijn werk als betrokken zijn bij de medemens en probeer samen met een fantastisch team er iets moois van te maken. Dat realiseer ik mij na de diagnose van borstkanker nu nog meer!

 

Anette Van Hoof

Annette Van Hoof II.jpg

Tot april 2012 was ziek zijn voor mij iets wat ik totaal niet kende, tot mijn “kanker”-verhaal begon. Ik ging na het douchen met opgetrokken knieën in de zetel zitten, toen ik opeens tegen mijn knie een bolletje voelde dat boven mijn rechter borst uitstak. Het bolletje verdween uit mijn gedachten, tot het een paar dagen later weer tevoorschijn kwam. Het rare was dat het alleen maar voelbaar was wanneer ik zat, liggend was het nergens meer te vinden. De dag erna vroeg ik aan een kinesiste op het werk of zij even naar dat “bolletje” wou kijken. Zij dacht aan een vetbolletje, maar gaf toch het advies om mijn huisarts te contacteren. Ik vertrouwde het niet echt, dus maakte ik direct een afspraak. Ik kon er nog dezelfde dag terecht en ook hij dacht in eerste instantie aan een vetbolletje. Ik hoor hem nog steeds lachend zeggen, je mag gerust op één oor slapen, maar om toch volledig zeker te zijn stuur ik je naar de radioloog. Twee dagen later ging ik naar daar en dat was het begin van een nachtmerrie die niemand wil beleven.

Na het bekijken van de foto’s kwam hij terug bij mij en vroeg hoelang het geleden was dat er een mammografie genomen werd. Aangezien ik in die dingen nogal punctueel ben, was het niet echt lang geleden, maar de radioloog wilde het gezwel toch nauwkeuriger bekijken. Na het verder te bekijken, adviseerde hij me om zo snel mogelijk contact op te nemen met de huisarts. Besluit: er bevond zich een tumor boven de rechterborst. De huisarts maakte een afspraak voor een biopsie. In eerste instantie ging men er vanuit dat het een goedaardige tumor was en ik misschien weg kwam met alleen medicatie als nabehandeling, of misschien ook nog bestralingen, maar de tumor werd één maand later operatief maar borstsparend verwijderd. Na onderzoek van de “sentinel”klier bleken er daar nog slechte stukken tussen te zitten, dus volgde er exact twee weken later een tweede operatie. Het bleek om een kwaadaardige agressieve snelgroeiende kanker te gaan, waardoor de nabehandeling nu opeens bestond uit medicatie, 4 maanden chemo en daarna nog 6 weken bestraling. Als pechvogel van de dag kwam ik ook op de spoed terecht na mijn eerste chemo.

Als ik nu op die zware periode terugkijk, vind ik dat het een tijd is waarin je alle kracht en energie nodig hebt om te overleven. Daardoor verdwijnt al het andere in het niets. Het is ook een periode waarin je je ware, echte vrienden leert kennen en ook voor jezelf je voorbije leven van dichtbij bekijkt. Voor mij was er nog zoveel om voor te blijven vechten dat ik alles wat moest gebeuren ook zonder morren deed. Iemand deed mij een schilderij cadeau met de spreuk: “It’s not how many times you fall down, it’s how many times you get back up.” Dat schilderij heb ik heel dikwijls bekeken, en helpt mij trouwens nu nog steeds door moeilijke momenten. Ik werk als projectmedewerker in een revalidatiecentrum voor kinderen en jongeren. Dat maakt dat ik met iedereen die in ons centrum werk in contact kom. Ik heb gewacht tot op het einde van mijn laatste werkdag om de melding te doen dat ik afwezig zou zijn. Het was een zeer sec bericht dat wel duidelijk maakte dat het om iets ernstig ging zonder het woord “kanker” te gebruiken. Natuurlijk waren er wel een paar collega’s die net dat tikkeltje meer op de hoogte waren. Ik ben blijven werken tot begin mei.

De oncoloog was van mening dat ik ook rust nodig had tussen de voorbereidende onderzoeken. Ik had wel het geluk bij een ongeluk dat het om een kwaadaardige tumor ging, zodat de tijd tussen de uiteindelijke diagnose en de eerste operatie maar twee weken bedroeg. Deze vlogen voorbij aangezien er elke dag wel onderzoeken gepland stonden. Zodra de mailing de collega’s bereikt had, kwamen er de voorzichtige vragen, en om niet steeds dezelfde vragen te moeten beantwoorden gaf ik af en toe via Facebook een stand van zaken. Tijdens mijn afwezigheid ben ik door de kinderen, jongeren, collega’s en directie op handen gedragen, er kwamen massa’s kaartjes, knutselwerkjes, mailtjes en smsjes mijn richting uit. Ik ben niet vervangen tijdens mijn ziekteverlof, want er was niemand voorhanden die mijn specifieke taken kon overnemen. Je weet dan ook dat wanneer je terug gaat werken er chaos heerst, maar ik heb dat goed van mij kunnen afzetten zolang ik niet terug aan het werk ging. Ik vroeg wel steeds bij elke consultatie bij de oncoloog wanneer ik terug mocht gaan werken. Het was voor mij echt iets om naar uit te kijken en oh zo belangrijk om te kunnen verder vechten. Voor mezelf stond het ook vast dat ik absoluut dezelfde job als vroeger wilde beoefenen, een tussenweg was voor mij niet bespreekbaar, hoewel dat natuurlijk geen evidentie was aangezien ik constant in contact kwam met zieke jongeren. De oncoloog had ook zijn bedenkingen en zei dat mijn werkplek niet ideaal is voor “een kankerpatiënt”, maar dat hij - indien dit mijn wens was - mee zijn uiterste best zou doen om dit te laten slagen.

Een klein jaar later was het eindelijk tijd voor mijn eerste werkdag. Vele bezorgde mensen in mijn omgeving vonden dit veel te vroeg, maar de oncoloog had groen licht gegeven en niets kon mij nog tegenhouden. Eerst moest ik nog wel bij de controlearts van het werk langsgaan, maar ook daar werd groen licht gegeven om opnieuw voltijds te gaan werken. Ik had het jaar ervoor gekozen om niet met brugpensioen te gaan, maar te kiezen voor “landingsbaan 55 +” waardoor ik één dag per week thuis ben. Dankzij de zorgsector en mijn leeftijd heb ik ook het geluk drie bijkomende dagen arbeidsduurvermindering te hebben per maand. Dit maakt dat ik weken heb van drie werkdagen en één keer per maand ééntje van vier werkdagen. Dit moest volgens mij een haalbare kaart zijn.

In de voorbereiding op die eerste werkdag waren er toch nog zeer emotionele momenten. Zou ik gaan werken met of zonder pruik? Mijn eigen haar kwam nog maar juist piepen, maar doordat het nogal een dikke haardos was, zei de kapper dat mijn pruik niet lang kon opblijven. Als ze niet meer zou blijven zitten, zou dat voor de jongeren het moment zijn om zich vragen te stellen. Na veel wikken en wegen heb ik dan toch beslist om te starten met mijn extra kort kopje. Het was enorm stresserend omdat ik niet wist wat me te wachten stond. Gelukkig was er ook tijdens mijn afwezigheid veel contact geweest met de directie zodat ook zij mee waren met het ganse verhaal. De zorgdirecteur belde mij enkele dagen daarvoor op en zei dat ik vooraleer naar mijn eigen stekje te gaan eerst via hem diende te passeren.

De dag zelf was zeer emotioneel. De eerste keer in tien maanden terug de vertrouwde autorit van Heist-op-den-Berg naar Pulderbos: een rit die ik wel gehoopt had nog dikwijls te doen, maar niet verwacht had. Het terug binnenkomen was afschuwelijk moeilijk, want collega’s weten niet hoe ze met je om moeten gaan. Eens aangekomen bij de zorgdirecteur volgde een warm welkom, om dan onder zijn begeleiding naar mijn eigen bureel te wandelen. Daar wachtte mij een eerste verrassing: de naaste collega’s en de vrijwilligers waar ik mee samen werk hadden een ontbijt klaargemaakt. Veel gegeten heb ik niet, de waterlanders zaten de ganse tijd aan de oppervlakte. Er is die eerste dag niet echt veel gewerkt, maar het was een blij weerzien met iedereen, waarbij - voor mij dan toch - de jongeren het allerbelangrijkst waren. Zij vonden mijn ultra kort kopje niets bijzonders, terwijl het voor de volwassenen juist datgene was dat hen aan het hele daarbijhorende verhaal herinnerde. ’s Avonds was ik stikkapot, maar zo blij dat ik terug kon gaan werken. De eerste maanden werd er zeer voorzichtig met mij omgesprongen en werd er zeker niet al te veel gevraagd, maar doordat ik er zeer goed uitzag en nog steeds zie, werd er nogal vlug vergeten welke periode ik achter de rug had. De opdrachten stapelden zich op. Daardoor liep ik in december 2013 een zona op en moest ik terug zes weken thuis rusten. Het was een serieuze verwittiging voor mij waardoor de zorgdirecteur samen met mij de taken zorgvuldiger ging afbakenen. Ondertussen kwam ik ook mezelf vaker tegen. Je moet je erbij neerleggen dat je niet meer alles kan, ook al wil je het zo graag. De Annette van voor april 2012 bestaat niet meer en het is ook niet simpel om je weg te vinden in de Annette van nadien. Het moeilijkste was dat te moeten ervaren in je werksituatie. De eerste maal tijdens het geven van therapie niet uit je woorden kunnen raken is afschuwelijk. Wanneer ik het nu voor heb, lach ik het weg en probeer het op een andere manier uit te leggen. Vele gesprekken met mijn beste vriendin, plusdochter en zorgdirecteur hebben mij daarin een weg leren vinden.

Mijn leven bestond alleen uit werken en rusten. De oncoloog gaf mij de opdracht om terug een evenwicht te zoeken in vrije tijd en werk, ongeacht wat daar de consequenties van zouden zijn. In die periode was ik ook regelmatig ziek, wat mijn constante vermoeidheid niet ten goede kwam. 2015 werd een jaar om snel te vergeten, aangezien er door mijn antibiotica ook drastische beslissingen moesten worden genomen. In eerste instantie was er al de afspraak dat ik niet meer bij de kleinste kindjes zou komen, maar nu kwam er ook nog bij dat ik geen - of zo weinig mogelijk - therapie ging geven aan de jongeren om de mogelijke infecties zo te trachten te beperken. Mijn job begon dus meer en meer te lijken op een bureaujob, waardoor de “ziektekiemen” ver van mij verwijderd waren. Ik was bang dat ik me daardoor zeer ongelukkig zou gaan voelen en er werd afgesproken dat ik de “speciallekes” tijdens de therapie wel nog mocht zien, in samenspraak met de zorgdirecteur. We spraken ook af dat we een proefperiode van een jaar zouden inlassen en dan pas evalueren.

Ondertussen is de werkweek van vier dagen afgeschaft en zijn het werkweken van drie dagen geworden, met één zaterdag per maand. Wonder boven wonder ben ik al enkele maanden zonder de medicatie niet meer ziek geweest, dus alle beetjes helpen wel, maar enkel wanneer je er zelf voor openstaat en je aanvaardt dat je niet meer alles kan en mag. Nu weet ik dat je zelf je grenzen dient te bewaken, niemand anders trapt op de rem voor je. Dat collega’s al lang niet meer mee zijn met je verhaal, dat ze vergeten dat je nog steeds in behandeling bent, dat je nog steeds met bijwerkingen te kampen hebt waarbij er ook zijn die definitief blijvend zijn en dat je continu moet bekijken waar je toch je geluk uit kunt halen, is hard. De borstkanker heeft zeer veel afgepakt van wat ik graag deed en ik heb zeer veel moeten inboeten om te kunnen blijven werken. Maar ik ben enorm blij dat ik nog steeds kan blijven werken, met een dikke pluim voor mezelf, maar ook voor de directie die zich zo flexibel opstelde en dit mogelijk maakte.

Mede door mijn werk heb ik enorm leren relativeren. Ik had vroeger al enorm veel respect voor alle jongeren die revalideren. Door zelf “kankerpatiënt” te worden, is dat respect alleen nog maar groter geworden. De jongeren hebben mij leren vechten en door die “stomme kanker” kan ik toch op de weinige momenten dat ik nog therapie geef, ervaren dat ik hen nu pas echt goed begrijp en voel wat zij voelen. Ik weet wat het betekent wanneer je slecht nieuws krijgt, wanneer het bordje “dood” in de verte je aanstaart of wanneer je continu pijn voelt, dus ik ben toch niet meer helemaal de Annette van voor mijn kankerverhaal. Ik ben veel rustiger geworden en ik ben nog steeds het pietje precies, maar in mindere mate. Ik kan echt genieten van de kleine dingen en zo hoop ik toch nog een aantal jaren het voorrecht te hebben om te mogen blijven werken en mij gelukkig te blijven voelen in de weinige dingen die ik nog wel kan. Misschien is dit ook het moment om kleur te bekennen... Mijn oncoloog zei tijdens één van onze vele gesprekken dat mijn werk mijn hobby is, omdat bij alle tegenslagen mijn eerste vraag steeds was: 'En wanneer kan ik dan gaan werken?' Nu pas besef ik dat dit inderdaad zo is. Mijn werk geeft mij zoveel waar anderen misschien alleen maar jaloers kunnen op zijn. Dit natuurlijk ook met dank aan mijn werkgevers die het mede mogelijk maken dat “kankerpatiënten” bij hen alle kansen krijgen om, indien zij dit willen, te blijven werken!

 

Katelijn Heydens

Ik heb borstkanker ontdekt bij een consultatie bij de huisarts, omdat ik al een tijdje last had van een pijnlijke schouder. Daartegen nam ik zelf slechts af en toe wat pijnstillers om de pijn te verzachten. Omdat het niet hielp en me slapeloze nachten bezorgde, besloot ik toch maar eens naar de huisarts te gaan. Een tijd ervoor voelde ik wel eens een bolletje in mijn rechterborst dat niet altijd voelbaar was. Omdat ik toch bij de arts was vernoemde ik het terloops, waarna ze me meteen aanmaande met de pil te stoppen en dringend een afspraak te maken voor een mammo en echo. Mijn pijnlijke schouder had niets met de borstkanker te maken, maar toch maakte mijn dokter me zo toch wel bang.

Toen het vastgesteld werd stortte mijn wereld in elkaar. Mijn tante stierf op 42-jarige leeftijd aan borstkanker en het idee spookte door mijn hoofd. Mijn partner bracht ik meteen op de hoogte, mijn kinderen van 20 en 29 jaar pas nadat ik zekerheid had. De vooronderzoeken waren menstergend traag en lang. Het leek voor mij eenvoudig: ‘Als het er is, haal het dan weg!’. Na de echo werd ik meteen begeleid naar de gynaecoloog, die zeer eerlijk was. Meteen kreeg ik te horen: ‘Het is niet goed, maar waarschijnlijk zal je een borstsparende operatie kunnen krijgen en nadien bestraling’. Ze zei me dat na de operatie de eerste ‘kop’ die ik zou zien die van haar was. Dat bleek ook zo, met slecht en goed nieuws. Er waren uitzaaiingen in de oksels dus moesten mijn klieren verwijderd worden. Daarom volgde ik ook chemo.

Ik werkte in het secundair onderwijs als coördinator, leerlingbegeleider, coach van nieuwe leerkrachten en stagiaires, en gaf tevens 11 uren les in plastische opvoeding. Mijn werkomgeving reageerde vooral geschrokken. Ik vertelde het nieuws pas een dag voor de operatie in de leraarskamer. Het werd stil... Meer dan een maand heb ik rondgelopen met de diagnose en enkel een aantal directe collega’s heb ik wat verteld.

Ik had het er ontzettend moeilijk mee dat ik mijn werk moest opgeven. Ik ben heel dikwijls naar school gegaan, zelfs tijdens de chemo, bestraling en revalidatie, ook al was ik in ziekteverlof. Vergaderingen, afronden van begeleidingen, nascholing, inschrijvingen, intake-gesprekken en workshops ben ik blijven geven, maar officieel ben ik gestopt met werken de dag voor de operatie op 19 mei 2015. Ik werd vervangen door een collega die door mij werd gebriefd. Ze mocht me steeds bellen, wat ze dan ook regelmatig deed.

Nu ben ik officieel terug aan het werk, hoewel ik eigenlijk zelf 3 maanden geleden al wilde beginnen, wat me werd afgeraden door de controlearts. Nu ben ik volop bezig met de verdeling van de klassen, aanwervingen, oudercontacten, inschrijvingen…. Het lesgeven is pas voor in september. Ik ben er mij van bewust dat ik niet meer de oude ben. Op het moment heb ik enorm veel last van spier- en gewrichtspijnen door de antihormoonpillen die ik 5 jaar zal moeten slikken, maar daarvoor wil ik geen 5 jaar thuisblijven.

Mijn eerste dag terug op de werkvloer voelde heel goed! Een jaar weg zijn is erg veel, maar toch ben ik me ervan bewust dat nu de leerkrachten zien dat ik terug ben en weten ze nog wel wat er aan de hand was. Ik voelde me meteen terug welkom en de directie en collega’s waren erg begrijpend. Dat alles zal echter niet blijven duren, vermoed ik. De halftime die ik hervat zal vooral door mij goed moeten bewaakt blijven. Vroeger was ik van ’s morgens tot ’s avonds in de school aanwezig en wanneer er iets was konden ze bij mij terecht. Nu zal ik mezelf moeten verplichten om al eens thuis te blijven en het aan anderen over te laten. Ik verwacht absoluut niet dat men mij stiefmoederlijk gaat behandelen, maar waar ik bang voor ben, is dat er veel aan mij voorbij zal gaan en dat ik al wel eens zal moeten horen: ‘je was er niet, dus hebben we dat beslist’. Halftime zal in realiteit sowieso meer zijn dan halftime. Ik kan moeilijk aan een leerling zeggen dat mijn uren erop zitten en dat ze hun plan dan maar moeten trekken als ze met problemen zitten.

Mijn werk blijft mijn werk dat ik ontzettend graag doe en deed. Ik bekijk het niet anders. Het is en blijft belangrijk voor mij!

 

Petra Cools

startup-photos.jpg

“10 jaar geleden, tijdens onze vakantie in Portugal, ontdekte ik een putje in mijn rechterborst. Enkele weken en een aantal onderzoeken later kreeg ik het niet zo goede nieuws te horen. Borstkanker, operatie, chemo, bestraling. Zeker 1 jaar out.

Er gebeurde eerst een borstsparende operatie, waarna ik enkele weken terug ging werken tot ik mijn eerste chemo moest krijgen. Ik werk op de Human Resources Afdeling van een farmaceutisch bedrijf, en met al dat adminstratief werk zag ik het niet zo zitten om een jaar thuis te blijven. Er werd afgesproken dat ik mocht komen werken als mij dat lukte.

Na de eerste chemo ging het even mis. 3 weken ziekenhuis, de poortkatheder moest eruit gehaald worden. Toen moest ik even thuisblijven om terug aan te sterken. Na 2 maanden kreeg ik mijn tweede chemo en kon ik parttime het werk terug hervatten. De week dat ik chemo kreeg bleef ik thuis, de andere 2 weken werkte ik 4 uur per dag. Het werken gaf me moed. Ik had contact met mijn collega’s, die me zeker steunden en heel bezorgd waren, dat hielp me door deze periode.

Na 6 chemo’s volgde er nog 35 keer bestraling. Het maken van de afspraken was niet altijd makkelijk. Ik moest proberen om zo vroeg mogelijk of zo laat mogelijk een afspraak te krijgen, maar meestal werd ik rond de middag ingepland. Ik moest telkens vragen om dit te wijzigen naar een afspraak in de namiddag, zodat ik in de voormiddag kon gaan werken. Bij het einde van de bestralingen was de vermoeidheid het grootst. Ik ben toen nog 3 maanden deeltijds blijven werken. Daarna was het terug voltijds, want je kan je uren niet geleidelijk aan terug opbouwen.

Mijn collega’s leefden met mij mee, steuden me en hebben er mee voor gezorgd dat ik toch kon blijven werken. Tien jaar later ben ik nog steeds voltijds aan het werk. Gelukkig hebben wij veel vakantiedagen, want je moet steeds vrijaf nemen voor de jaarlijkse controles. De meeste onderzoeken kunnen namelijk enkel binnen de werkuren gebeuren. Om met slechts 20 wettelijke vakantiedagen om de drie maanden op controle te gaan kan je je wel voorstellen dat er uiteindelijk niet veel meer overblijft.

Ik besef wel dat het niet voor iedereen is weggelegd om tijdens de behandelingen door te blijven werken, maar ik ben blij dat ik die keuze heb kunnen maken. Het heeft mij geholpen door een moeilijk jaar te raken.”

 

Els Mannaerts

Toen mijn mama 12 jaar geleden aan borstkanker stierf, was het voor mijn zussen en mezelf erg duidelijk dat we zelf goed onze borsten moesten controleren. Er werd ons toen verteld dat een mammo pas nodig zou zijn vanaf de leeftijd van 43 (10 jaar minder dan de leeftijd waarop mama borstkanker kreeg). Toen ik na een vermoeiende wintermaand in januari plots last had van een vrij grote en pijnlijke verdikking bovenaan mijn borstkas, wilde ik geen risico’s nemen en maakte ik meteen afspraak bij mijn huisdokter. Toch ging ik er vanuit dat het absoluut niet erg zou zijn; het was immers geen ‘knobbeltje’ en het deed pijn, wat bij kanker toch niet het geval was?

De volgende ochtend was mijn huisarts zeer duidelijk; dit moest onmiddellijk verder onderzocht worden. Ze belde naar het radiologiecentrum vlakbij en ik mocht diezelfde dag nog gaan voor een mammo en een echo. Daar vertelde de (overigens zeer vriendelijke!) radioloog na de onderzoeken mij dat hij toch niet gerust was in de micro-calsificaties. Die term deed meteen een belletje rinkelen van toen mama ziek was en beloofde niet veel goeds. En ook al wist ik op dat moment dat dat geen goed teken was, toch bleef ik er zeer rustig onder. Het is pas wanneer de assistente nadien in de wachtzaal naast mij kwam zitten en samen met de radioloog nog eens troost kwam bieden, dat het langzaam doorsijpelde… Dit ziet er écht niet goed uit. Ik ben toen meteen weer naar de huisarts gegaan en daar schoot zij meteen in volle actie. Ze contacteerde de borstkliniek, terwijl ik volledig in shock voor mij uit staarde. Dit leek zo onwerkelijk; van de ene dag op de andere zag mijn leven er helemaal anders uit.

Ik werkte als verantwoordelijke van een kinderdagverblijf en op het werk had ik de dag voordien aan 1 begeleidster gezegd wat er aan de hand was. Toen ik de volgende dag – via SMS, want spreken kon ik niet – liet weten dat ik al zeker één week niet kwam werken, wist ze meteen hoe laat het was. Het waren uiteindelijk nog enkele (verschrikkelijke!) weken wachten vooraleer de resultaten van de biopsie er waren. Mijn wereld stortte echt in zodat ik meteen afwezig ben gebleven van het werk. Het zou ook niet anders gekund hebben, denk ik, want ik had de weken nadien dagelijks onderzoeken in het ziekenhuis. Ik mailde mijn werkgever en rechtstreekse oversten met het slechte nieuws en vroeg hen ook om mij voorlopig met rust te laten. Ik kon en wilde er met niemand over praten. Ons kinderdagverblijf was enkele maanden voordien pas overgenomen door een grote VZW, dus ik had met die nieuwe oversten en werkgever geen enkele band. Met de begeleidsters van de kribbe zelf én met de ouders van de kindjes daarentegen had ik een erg goeie band. Zij waren volledig ondersteboven van het nieuws en hebben mij onvoorstelbaar goed gesteund.

Ik ben meteen bij de start van mijn ziekte een blog begonnen, zo kon iedereen - die dat wilde - volgen wat er gebeurde, terwijl ik dan zelf niet het gevoel had dat ik de mensen lastig viel. Vele begeleidsters en vele ouders hebben die blog intensief gevolgd. Op een bepaald moment kreeg ik via een koerierdienst een heel grote orchidee van enkele ouders. Dat was het eerste van nog vele andere attenties, want nadien werd er geregeld een ‘Allé-Els-box’ in elkaar geknutseld; de kindjes maakten de dozen en de ouders staken er kaartjes, briefjes, wensen, kadootjes,… in.

Els Mannaerts II.jpg

Dat deed zo ontzettend deugd, want mijn hart lag echt in die kribbe en tijdens mijn afwezigheid werd ik door mijn vervangster, noch werkgever op de hoogte gehouden van het reilen en zeilen ginder. Hoewel ik daar zelf zeer dikwijls naar gevraagd heb. Ik was de ouders en begeleidsters zo dankbaar dat zij dit deden, want dat was – zonder dat ze het beseften – van zeer groot belang. Van de ene dag op de andere was mijn leven helemaal veranderd en veranderde ik zowel fysiek als mentaal. Ik voelde me compleet nutteloos en was bang om ‘vergeten’ te worden.

Van februari tot juli heb ik chemo gekregen, in augustus werd ik geopereerd en van september tot november heb ik bestralingen gehad. In al die tijd heb ik niets gehoord van mijn directe overste of werkgever.

Toen de bestraling achter de rug was, wilde ik zo snel mogelijk weer aan het werk. Om mijn eigen creche weer te leiden op mijn manier en om mijn oude leven weer op te nemen. Ik heb dan contact opgenomen met mijn werkgever en we spraken af om te gaan lunchen en mijn terugkomst te bespreken. Op dat eerste gesprek werd ik meteen overvallen met een voorstel. Er zou een nieuwe, zeer grote en belangrijke creche in het Brusselse openen en die zou ik mee mogen leiden. Het klonk als een grote opportuniteit en dat zou het op een ander moment in mijn leven ook geweest zijn, maar nu schrok het mij alleen maar af. Ik wilde zo snel terug aan het werk om mijn eigen ‘crecheke’ terug te gaan leiden, met gekende collega’s en ouders die volledig op de hoogte waren van het voorbije jaar om zo langzaam maar zeker de draad terug op te pikken. Hoewel ik van uitdagingen hou, wilde en kon ik nu niet meteen een grote verantwoordelijkheid dragen in een nieuw project. Ik kom zelf vrij zelfzeker over, ben positief ingesteld en ben normaal gezien wel ambitieus, maar deze ziekte had mij helemaal onderuit gehaald. Mijn zelfvertrouwen stond op een enorm laag pitje, al hield ik dat voor de buitenwereld vaak verborgen! Dat lage zelfvertrouwen had deels met mijn uiterlijk te maken (ook al was ik daar vroeger nooit mee bezig geweest, maar dat kaal worden en die pruik vond ik verschrikkelijk), maar ook met de onzekerheid, met de vermoeidheid, met het gebrek aan concentratie,… Mijn werkgevers waren zich duidelijk absoluut niet bewust van de impact van de ziekte. Op een tweede gesprek heb ik hen dan gezegd dat ik die nieuwe functie niet kon aanvaarden en daar zijn ze enorm van geschrokken. Je zag dat ze helemaal niet begrepen waarom ik zo’n mooie kans liet liggen.

Daarom wil ik meewerken aan dit thema, want als je die ziekte zelf niet hebt meegemaakt, kan je niet beseffen wat een impact dat heeft op je hele zijn en hoe belangrijk het op dat moment is om naar je vertrouwde omgeving terug te gaan en zo langzaam maar zeker weer gewoon te worden aan de ‘ratrace’ van het dagelijkse leven. Voor de werkgever was terugkeren naar mijn oude job in mijn eigen kribbe geen optie meer, ook al heb ik nooit precies begrepen waarom. Er werd gezegd dat ik kon meewerken in de begeleiding van de onthaalouders, wat mij dan een goed alternatief leek, maar bij mijn terugkomst bleek dat ik een puur administratieve job kreeg. Daar stond ik dan – ik die altijd een sociale functie beoefend had – en ik moest plots achter een bureau gaan zitten, achter een computerscherm, volle concentratie, volledige nieuwe programma’s aanleren op een volledig nieuwe locatie, met allemaal nieuwe collega’s. Om het met de woorden van de geneesheer te zeggen werd ik compleet uit mijn comfortzone gerukt op een moment dat ik die net het meest nodig had. Ik had het mij helemaal anders voorgesteld. Ook met de vraag van de adviserend geneesheer van de CM om mij 40% te laten beginnen in een syteem van 2 volledige werkdagen, met telkens een rustdag tussen, werd geen rekening gehouden. Het waren 4 halve dagen, te nemen of te laten. Zelfs bij IDEWE vonden ze dat een zeer vreemde manier van werken en omgaan met de medewerkers. Daar hebben ze mij dan ook gevraagd of ik het dan wel zag zitten om te werken. En terwijl alles in mijn lijf en hoofd ‘nee’ schreeuwde, wilde ik toch terug herbeginnen … gewoon om dat ‘zieke’ leven achter mij te kunnen laten.

Als ik er nu op terugkijk, ben ik veel te snel herbegonnen met werken. We zijn nu 8 maanden verder en ik moet nog elke namiddag bijslapen om dit vol te kunnen houden, maar dat houd ik meestal voor mezelf. Ik probeer telkens het beste van elke situatie te maken en mijn directe collega’s op mijn bureau zijn gelukkig heel lief en begripvol. Langs de ene kant hoop ik snel weer voltijds te kunnen werken om toch terug iets te kunnen gaan doen waar mijn hart ligt (een sociale functie dus), langs de andere kant moet ik leren om alles tijd te geven. Maar als ik elke namiddag gewoon thuis zit, voel ik me snel schuldig.

Ik heb nog steeds moeite om mijn nieuwe ‘ik’ te aanvaarden’ al leer ik elke dag bij. Toch blijft het moeilijk om mijn energie telkens te moeten verdelen. Als ik een drukke voormiddag heb, dan weet ik dat ik in de namiddag niets meer moet plannen. Naast mijn geheugen en concentratievermogen is mijn algehele weerstand ook enorm verzwakt. Ik word veel sneller ziek en moet ook veel sneller thuis blijven. Ook daaraan moet ik enorm wennen, om sneller naar de dokter te gaan en mij niet schuldig te voelen als ik verplicht wordt thuisgezet voor een banale keelontsteking of de bijwerkingen van de hormoontherapie. Ik dacht altijd dat het ergste voorbij zou zijn na de bestraling, maar de ‘nasleep’ is jammer genoeg ook nog erg zwaar. Dat komt in mijn geval natuurlijk vooral door die hormoontherapie en immunotherapie.

Als je mij vraagt of borstkanker een invloed heeft gehad op mijn carrière, zeg ik volmondig ja! Ik heb ook lang het gevoel gehad dat ik 2 maal ‘gestraft’ ben: eerst door de ziekte zelf en dan omdat ik mijn job verloren ben.

Ik wil graag afsluiten met een raad aan alle borstkankerpatienten: hervat het werk niet te snel (ook al raden zelfs de oncologen dat aan). Geef jezelf (lichaam én geest) tijd om even te bekomen en om terug wat te genieten van het leven, vooraleer je weer in de drukte van je job terecht komt, zeker als er nog een hormoontherapie of immunotherapie op het programma staan. Onderschat de nasleep van de ziekte niet, geef het tijd! En vooral: geniet!

 

Kathy Mortier

Kathy Mortier II.jpg

Na het heffen van een zware zak merkte ik in maart 2012 een knobbeltje op in mijn rechterborst. Eerst dacht ik dat het wel zou overgaan, maar na een 3 tal dagen panikeerde ik toch. Ik ging naar de huisdokter die mij voorstelde om een echo te laten nemen. Meteen na de echo, namen ze een mammografie. Terug bij de huisdokter kreeg ik te horen dat ze iets hadden gevonden. Er werd gebeld naar een oncologisch chirurg, en ik mocht diezelfde namiddag nog op consultatie gaan. Ik herinner het mij nog alsof het gisteren was. Het was vrijdag 16 maart 2012.

Eens bij de specialist kreeg ik te horen dat ik borstkanker had. De grond zakte weg onder mijn voeten, maar gelukkig was mijn moeder meegegaan. Ik wilde zo snel mogelijk geopereerd worden en de specialist stelde voor om de operatie al enkele dagen later te laten doorgaan. Veel tijd om na te denken had ik dus niet. Ik ben achteraf met de auto nog naar huis gereden, maar ik wist nadien niet meer welke weg ik had genomen.

Eens terug thuis moest ik mijn baas verwittigen. Ik werkte als kleuteronderwijzers bij peuters, dus van de ene op de andere dag mocht ik niet meer gaan werken. Een grote klap voor mij. Ook mijn baas en collega’s schrokken toen ze het hoorden. Eerst moest ik maar 1 maand thuisblijven, maar na de operatie kreeg ik te horen dat ik chemo en bestralingen zou moeten krijgen en dat mijn lymfeklieren ook werden verwijderd. Omdat ik met kinderen werkte, was het aangeraden om thuis te blijven, want tijdens de chemo is het niet aangeraden om ziek te worden. Uiteindelijk ben ik 10 maanden thuis gebleven. Steeds hoopte ik om opnieuw mijn job als kleuteronderwijzeres te kunnen uitoefenen, dit was voor mij de drijfveer om te genezen. Na mijn chemo kreeg ik bestralingen, waarna ik 3 maanden revalidatie heb gevolgd in het ziekenhuis. Regelmatig belden mijn collega’s mij op om te weten hoe het met me ging.

Na die 10 maanden mocht ik opnieuw beginnen werken, wat voor mij een enorme overwinning was. Ik ben terug voltijds aan de slag gegaan. Gelukkig woon ik samen met mijn moeder en moest ik de huishoudelijke taken niet voor mijn rekening nemen, want dat zou me niet gelukt zijn. Mijn eerste werkdag ervaarde ik als heel erg speciaal. Ik was best zenuwachtig, maar ik voelde me goed. Het enige waar ik nog mee in zat is hoe de kinderen zouden reageren op mijn korte haar. Maar dat bleek niet nodig, de kinderen zagen mij als hun juf en hoe ik eruitzag speelde voor hen geen rol. Ik probeerde het rustig aan te doen, maar ik voelde wel dat mijn weerstand nog niet optimaal was, waardoor ik regelmatig verkoudheden kreeg.

In het begin waren de collega’s wel bezorgd en spaarden ze mij om zware zaken te heffen. Van het moment dat ik aan de slag ging, moest ik net zoals de andere collega’s mijn taken opnieuw opnemen, reftertoezichten houden ‘s middags, meehelpen bij feestjes. Als je opnieuw aan het werk gaat, zijn dit de dingen die ik als moeilijk heb ervaren. Die reftertoezichten in het begin van de week waren een ramp voor mij, daarom probeerde ik ze telkens te wisselen en op vrijdag te plaatsen. Op feestjes meehelpen lukte ook als ik een gemakkelijkere taak had, maar hoe later het werd, hoe vermoeider ik me voelde. Aangezien mijn lymfeklieren verwijderd werden, moest ik ook extra opletten om geen zware zaken te heffen of kwetsuren aan mijn arm op te lopen. Als je zo’n ziekte hebt meegemaakt, wordt er soms toch nog verwacht dat je alles doet zoals de andere collega’s en geen gemakkelijkere taak uitkiest, wat ik spijtig vind. De ministers willen dat mensen met een langdurige ziekte opnieuw aan het werk gaan, maar dan moet er wel wat meer rekening gehouden worden met het feit dat er toch wat extra begeleiding nodig is. Mijn collega’s en baas vroegen mij wel af en toe hoe het was, maar met de jaren ebt dit weg omdat je er na een tijd niet meer ziek uit ziet.

Ik heb hieruit vooral geleerd om voor mezelf op te komen. Wordt er mij gevraagd om iets zwaars te heffen of een klaslokaal te schilderen, dan zeg ik dat ik het niet kan en mag doen. Ik oefen mijn job nog graag uit, maar ik ga meer relativeren en ga het ook rustiger aan doen. Als het echt niet gaat of als ik moe ben, dan zeg ik het ook. Vroeger ging ik werken als ik een keelonsteking had, nu voel ik aan mezelf dat ik beter mijn rust neem en thuis blijf zoals de dokter mij voorschrijft. Ik voel mij nog even goed op mijn werk zoals voorheen, maar probeer mij ook niet meer druk te maken over pietluttigheden. Soms stoort het mij wel nog eens als ik collega’s hoor zagen over kleine dingen, want piekeren probeer ik zelf niet meer te doen, ik ben al blij dat ik dezelfde job kan uitoefenen als voorheen.

Momenteel ben ik 50 jaar en na een ganse werkweek ben ik blij dat het vrijdag is en dat ik in mijn zetel kan uitrusten en genieten. Ik probeer dan ook van ieder moment met volle teugen te genieten!

BewarenBewaren

Reactie toevoegen

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.