Hoe ga je met borstkanker en je partner om?

Inge (29) kreeg borstkanker, haar vriend Lander (31) schreef er een boek over. Je bent jong en verliefd, denkt aan kinderen. Tot je vriendin op een dag een gezwel in haar borst ontdekt. Het overkwam Lander en Inge. Lander schreef een boek over het jaar dat hun leven op z'n kop zette.

"Eén borst... het went snel, gek genoeg"

Lander: "Ja, ik ben bang geweest om wakker te worden naast iemand die kaal is."

Inge: "Lander en ik staan op dezelfde manier in het leven. Daar heeft de kanker niets aan veranderd. Gelukkig."

Lander: "Ik kan begrijpen dat sommige koppels uit elkaar gaan als ze dit meemaken. Kanker zet alles op z'n kop."

Lander: "We zijn allebei minder gaan werken. Genieten van het leven en van elkaar, dàt is belangrijk."

Lander: "Machteloos, zo heb ik me vaak gevoeld. Ik was bij alles betrokken, maar veel kon ik niet doen. De tumor zat in Inges lijf, niet in dat van mij. Ik kon enkel proberen te begrijpen hoe het is om iets in je lichaam te hebben zitten dat je kapot maakt. Schrijven hielp me daarbij. Over de zinnen in mijn schriftjes had ik controle, over de kanker van Inge niet."

Inge: "Het was een veelvoorkomende kanker die goed behandelbaar is. Toch dacht ik in het begin elke dag dat ik zou doodgaan. Bij de eerste consultatie zaten er in de wachtzaal nog twee jonge vrouwen. Op een vreemde manier was dat een geruststelling: ik ben niet de enige."

Lander: "Zoveel mensen krijgen kanker. Het is bijna te verwachten dat je er vroeg of laat zelf mee te maken krijgt. Maar niet als je nog geen dertig bent, samenwoont met je lief en aan kinderen denkt. We konden het bijna niet geloven. Plots word je gedwongen om na te denken over dingen waar je op onze leeftijd normaal gezien niet mee bezig bent."

Angst om verlaten te worden

Inge: "Ik heb echt gedacht dat Lander zou weggaan. Ik wist dat ik er lelijk uit zou zien. Dat ik een borst kon verliezen, dat ik Lander misschien geen kinderen meer zou kunnen geven. Ik voelde me schuldig. Mijn ziekte veranderde niet alleen mijn leven, maar ook dat van hem."

Lander: "Ik ben bang geweest om wakker te worden naast iemand die geen haar meer heeft, en voor wat de behandeling met onze relatie zou doen. Maar ik heb geen seconde gedacht om bij Inge weg te gaan. Zelfs toen ze kaal was, vond ik haar nog mooi."

Inge: "Lander ging altijd mee naar het ziekenhuis, reed me naar huis na de chemo, was erbij op elke consultatie... Hij stelde me gerust als ik de moed verloor, en omgekeerd, want ook voor hem was het zwaar. Dat je je pijn en verdriet niet alleen moet beleven, maakt het draaglijk."

Lander: "Sommige momenten zal ik altijd onthouden. Toen Inges haar begon uit te vallen, hebben we het in de badkamer van ons appartementje samen afgeschoren. Het was moeilijk en mooi tegelijk, we hebben zelfs nog staan lachen met het resultaat. Dat zal ik nooit vergeten. Net zoals de ochtend dat we naar het ziekenhuis reden om de borst te laten verwijderen. We hebben door het venster naar buiten staan kijken, tot Inge weggeroepen werd voor de operatie. Ik wist dat ik haar nooit meer terug zou zien met twee borsten."

Inge: "De kans bestond lange tijd dat de behandeling borstsparend zou zijn. Toen dat niet zo bleek, was dat toch even slikken. De eerste weken na de operatie waren heel vreemd. Wat hing mijn rechterborst daar nog te doen, zo alleen?"

Lander: "Natuurlijk vond ik Inge mooier met twee borsten. Maar als ik dat echt belangrijk vond, waren we nu geen koppel meer. Het went allemaal snel, gek genoeg."

Inge: "Ik weet niet of ik die borst nog mis. Als dat ooit zo is, kan ik altijd kiezen voor een borstreconstructie, maar voorlopig laat ik het zo. We zijn jong, we steken ons geld liever in andere dingen. Maar de gedachte dat het kán, geeft troost."

Boos zijn heeft geen zin

Lander: "Uiteraard hebben we veel verdriet gehad. We hebben samen gehuild en zijn samen bang geweest, maar we hebben ook samen gelachen en plezier gemaakt. Het voelt niet aan alsof we het zwaarste jaar uit ons leven hebben gehad."

Inge: "De eerste twee weken na een chemosessie was ons huis onze leefwereld, maar zodra ik me beter voelde, gingen we naar buiten. Op familiebezoek, naar concerten, op stap met vrienden... Eigenlijk was het een fijn jaar waarin we veel leuke dingen gedaan hebben. Boos zijn we geen van beiden geweest. Dat heeft geen zin. We hebben mijn ziekte ook nooit als een strijd beschouwd. Tegen kanker kun je niet vechten. Kanker moet je ondergaan."

Lander: "Het is zoals een boksmatch. Je krijgt voortdurend meppen en je moet zien dat je blijft rechtstaan. Maar veel terugslaan kun je niet doen."

Lander: "Ik kan begrijpen dat sommige koppels uit elkaar gaan als ze dit meemaken. Kanker zet alles op z'n kop. Als je dan niet met elkaar kunt praten, kan de boel snel ontploffen. Inge en ik hebben veel gepraat, maar we zijn ook veel stil geweest. Dan zaten we samen op een bankje in Brussel, zonder veel te zeggen. Ook dat deed deugd."

Inge: "Lander en ik staan op dezelfde manier in het leven. Mijn ziekte heeft daar niets aan veranderd. Gelukkig maar, want anders groei je uit elkaar."

Lander: "Ik heb niet het gevoel dat ik Inge beter heb leren kennen door wat we meegemaakt hebben. Ik heb vooral veel over mezelf geleerd. Eigenlijk was dat jaar een bevestiging van wat we al wisten: dat we met elkaar verder willen gaan. Maar we hadden geen kanker nodig om dat te beseffen."

De zorgeloosheid is weg

Lander: "Ons leven zal nooit meer zijn zoals het was. De zorgeloosheid is weg. Inge heeft tot nu toe altijd goed gereageerd op de medicatie, maar zeker ben je nooit. Kinderen zullen we waarschijnlijk niet krijgen. Het is te gevaarlijk voor de gezondheid van Inge om zwanger te worden."

Inge: "Dat nieuws was heel pijnlijk. We proberen onszelf te troosten door naar de voordelen van een kinderloos leven te kijken. Maar het blijft moeilijk."

Lander: "Ik ben vooral blij dat Inge er nog is. We zouden goede ouders zijn, maar we hebben het ook goed met ons twee."

Inge: "Elke kankerpatiënt heeft een leven 'voor' en 'na'. Het is een cliché, maar ik erger me minder aan kleine of grote dingen waar ik geen vat op heb. Ik wil van elke dag genieten."

Lander: "We zijn intussen verhuisd van de stad naar de Vlaamse Ardennen, naar de rust en de stilte. We zijn ook allebei minder gaan werken. Genieten van het leven en van elkaar, dat is belangrijk. We durven voluit voor onszelf te kiezen."

Onze borst. Dagboek van kanker van Lander Deweer, € 19,99, Manteau

Je partner heeft (borst)kanker. En nu?

Tips van onze expert: Nathalie Cardinaels, klinisch psychologe in het borstcentrum van het Jessa Ziekenhuis in Hasselt. Ze schreef het boek Omgaan met kanker.

  • Praat met elkaar. Verzwijg je twijfels of verdriet niet omdat je de ander wilt sparen. Durf zelf aan te geven dat je het moeilijk hebt. Je moet je heus niet altijd sterk houden. Vaak lucht het op even te zeggen 'het gaat niet'.
  • Neem niet meer uit handen dan nodig is. Het is logisch dat je je zieke partner wilt beschermen, maar probeer daar niet in te overdrijven.
  • Zorg dat je een uitlaatklep hebt. Geef je werk, hobby's, vrienden... niet te snel op. Af en toe kan het nodig zijn om er eens even tussenuit te zijn.
  • Probeer vooral naar je partner te luisteren en er voor haar te zijn in plaats van alles te willen oplossen - want dat gaat toch niet. Als partner voel je je soms tekort schieten: je staat erbij en je kijkt ernaar. Dat gevoel van machteloosheid is frustrerend, maar iets waar je mee moet leren omgaan.
  • Durf tegen je omgeving over je eigen gemoedstoestand te praten zonder je daar schuldig of ongemakkelijk bij te voelen. Partners van kankerpatiënten wuiven de vraag hoe het met hen gaat vaak weg, omdat ze vinden dat dat niet belangrijk is. Dat is het wél.
  • Wees ook open over seks om misverstanden te vermijden.
  • Veel mannen durven hun partner na de behandeling niet 'lastig' te vallen wanneer ze zin hebben om te vrijen, terwijl hun partner misschien denkt: 'hij wil me niet aanraken, want hij vindt me niet meer aantrekkelijk.'

 

Bron: Pink Ribbon magazine 2015