Welke soorten behandelingen zijn er?

Er zijn verschillende behandelingsmethodes om borstkanker aan te pakken, afhankelijk van de soort kanker, je leeftijd, je lichamelijke conditie, bepaalde keuzes die je zelf wilt maken.

Vroegtijdig opsporen is niet de enige factor die effect heeft op het al dan niet overleven bij borstkanker. Ook de kwaliteit en accuraatheid van de therapie is bepalend. Er zijn verschillende behandelingsmethodes om borstkanker aan te pakken, afhankelijk van de soort kanker, je leeftijd, je lichamelijke conditie, bepaalde keuzes die je zelf wilt maken, bijvoorbeeld wanneer je nog een kind wenst... Samen met de oncoloog bekijk je welk plan het meest geschikt is voor jou.

  • Een operatie

Vroeger de enige optie, nu nog steeds een van de meest doeltreffende methodes om de kanker te bestrijden, is een operatie. Er wordt steeds meer gekozen voor een borstbesparende operatie, wanneer de tumor klein genoeg is: in dat geval worden de tumor en het omliggende weefsel (ongeveer 1 cm) weggesneden. Bij grotere tumoren wordt soms eerst chemo- of hormoontherapie gegeven om de tumor te verkleinen voor de operatie.
Is de rest van het borstweefsel aangetast en is niet anders mogelijk, wordt gekozen voor een borstamputatie.
Via de schildwachtkliermethode wordt nog voor de operatie in de oksel gekeken of de lymfeklieren zijn aangetast. Worden geen kankercellen gevonden in de schildwachtklier, is er minder dan 5 procent kans dat elders in de oksel klieren zijn aangetast en hoeft de oksel niet verder uitgeruimd te worden. Aantasting van de lymfeklieren kan namelijk een aanduiding zijn van verdere uitzaaiing.
In bepaalde gevallen wordt tijdens de operatie waarbij de borst geamputeerd wordt, meteen ook een borstreconstructie gedaan. Meestal wordt daar pas in een tweede operatie voor gekozen. Niet elke vrouw kiest voor een nieuwe borst.

  • Chemotherapie

Soms wordt eerst een chemotherapie voorgesteld om de tumor te verkleinen, zodat er bij de operatie minder weefsel moet worden weggenomen. Vaak wordt na de ingreep (ook preventief) chemo gegeven om elke overgebleven of eventueel uitgezaaide kankercel te doden. Chemotherapie wordt zeker ingeschakeld wanneer de kans op uitzaaiingen reëel is. Chemo wordt via een infuus of soms via pillen gegeven, meestal een periode van behandeling afgewisseld met een periode van rust. De behandeling duurt meestal enkele maanden, erg afhankelijk van of een bepaalde chemo aanslaat of niet.

  • Bestraling

Na een borstbesparende operatie krijg je, meestal zo’n zes weken lang, elke dag, bestraling rechtstreeks op de aangetaste plek, om de laatste kankercellen die eventueel nog overgebleven zijn, aan te pakken. De bestraalde plek wordt nauwkeurig afgetekend en dan vanuit verschillende richtingen bestraald. Je kunt achteraf een wat branderig gevoel hebben, net alsof je door de zon verbrand bent. Bestraling kan je ook redelijk vermoeien.

  • Hormoontherapie

Omdat zo'n driekwart van de borstkankers hormoongevoelig zijn, kan hun groei door toediening van antihormonen tegengewerkt worden. Geslachtshormonen (oestrogeen, progestageen) spelen een belangrijke rol bij de groei van het borstweefsel. Via de hormoonreceptoren zetten ze de cellen van de borst aan tot celdeling. Deze receptoren kunnen echter ook voorkomen op de celwand van borstkankercellen, waardoor de eigen hormonen de tumoren in feite aanzetten tot groei. Door toediening van medicatie of andere ingrepen wordt dit proces tegengewerkt: hormoontherapie heeft als gevolg dat het oestrogeengehalte in het lichaam laag blijft. Vrouwen in de overgang kunnen aromataseremmers krijgen, die de eigen oestrogeenproductie afremmen. Vrouwen van alle leeftijden kunnen anti-oestrogenen toegediend krijgen. De hormoonproductie kan verder ook afgeremd worden door de bestraling of chirurgische verwijdering van de eierstokken, of door via medicatie de werking van de eierstokken tijdelijk uit te schakelen.
Meestal krijg je hormoontherapie gedurende meerdere jaren als nabehandeling. Het werkt in op je hele lichaam en kan bijwerkingen geven, zoals hoofdpijn, opvliegers, misselijkheid, stemmingsstoornissen, vaginale bloedingen, haaruitval…