Pink Monday header 1

Jouw patiënte terug aan het werk

De behandeling is achter de rug en je patiënte voelt zich klaar om opnieuw aan de slag te gaan. Dat kan geheel of gedeeltelijk gebeuren, zolang het maar op het tempo is dat voor haar haalbaar is. Misschien zal dat werken nog niet helemaal gaan zoals voorheen. Dat is niet erg! Het is belangrijk om je patiënte daarin bij te staan en openlijk met haar te communiceren over wat de volgende stappen zijn. Hieronder vind je enkele tips om je patiënte te helpen bij haar nieuwe eerste stappen terug op de werkvloer. Zorg mee voor een geweldige Pink Monday.

Omgaan met het aftereffect

Het is niet gemakkelijk om na een lange periode van afwezigheid terug te beginnen werken. De ziekte en de behandelingen laten vaak hun sporen na. Het is daarom van belang om te checken of het zowel fysiek, mentaal als emotioneel goed gaat met je patiënte. Ze kan immers pas aan het werk gaan als zij daar echt klaar voor is. Daarbij is het ook belangrijk om rekening te houden met de sociaal-economische elementen (bv. terugval van het inkomen door uitkeringsvermindering) die je patiënte geen andere keuze geven dan weer aan het werk te gaan, ook al zit zij nog in de herstelperiode.

Spanningen opvangen

Patiënten in loondienst komen op hun werk vaak in een spanningsveld terecht. Enerzijds verwachten ze hulp en begrip van hun collega’s en leidinggevende wanneer ze weer aan de slag gaan. Anderzijds willen ze ook gewoon weer als een volwaardig werknemer aanzien worden. Psychologische begeleiding, kinesitherapie, ergotherapie, mindfulness en ontspanningsoefeningen kunnen hen helpen om zowel lichamelijk als geestelijk te ontspannen, sneller weer op krachten te komen en hun zelfbeeld op te krikken.

Het is van belang om zorgvuldig de arbeidsbelasting van je patiënte weer op te bouwen. Waak erover dat je patiënte, door een overvloed aan enthousiasme, op korte termijn niet te maken krijgt met overbelastingsproblemen, waardoor ze weer op arbeidsongeschiktheid terugvalt. Informeer regelmatig naar haar werksituatie en pols ook naar haar vragen en zorgen. Zo blijf je een belangrijke steun in haar leven.

Anders aan het werk

Vooral veel jonge patiënten stellen hun werksituatie in vraag. Ze voelen zich onzeker of ze nog wel voldoen in hun job, of ze hun plekje op de werkvloer nog wel gaan terugvinden, hoe hun collega’s gaan reageren bij hun terugkeer en wat hun klanten zullen zeggen. Het merendeel van de patiënten wenst ook minder belastende taken uit te voeren en/of minder uren te werken. In de praktijk blijkt echter dat drie kwart van de patiënten geen aangepast takenpakket en/of werkschema krijgt. Het is daarom belangrijk dat jij als zorgverlener je patiënte aanspoort om daarover een gesprek met de werkgever en arbeidsarts aan te gaan. Ook de thuisomgeving kan in dat gesprek over de werksituatie een belangrijke input zijn. Zij kennen je patiënte immers het beste en kunnen mee aangeven wat voor haar haalbaar is en wat niet. Wat patiënten met een zelfstandig statuut betreft, bespreek je best met hen welke opties zij zelf als mogelijk zien.

Stappenplan opstellen

Als je patiënte weer aan de slag wil, is het belangrijk dat dat op haar tempo gebeurt. Maak daarom samen met je patiënte een voorstel voor werkhervatting op en bezorg dat aan de werkgever, de arbeidsarts en de adviserend geneesheer van het ziekenfonds. Het is belangrijk, zeker als je patiënte zelfstandige is, om te bespreken welke de belastende onderdelen van het werk zijn en hoe de patiënte zelf denkt die het beste aan te kunnen pakken. Waak er als zorgverlener mee over dat het een haalbaar plan is, zodat ook op mindere dagen de werkdruk niet te hoog wordt. Als je dat vanuit jouw rol in het ziekenhuis niet kan opnemen, bekijk dan naar wie je je patiënte intern of extern kan doorsturen.

Stimuleer je patiënte om open en eerlijk de volgende zes zaken met jou te bespreken:

  1. welke bewegingen zij kan en mag uitvoeren en welke absoluut vermeden moeten worden.
  2. hoe het met haar uithoudingsvermogen en energiepeil is.
  3. wat de duur is van haar inspanningen per dag en per week.
  4. welke elementen zij als knelpunten ervaart, waarom dat zo is en welke oplossingen zij daar al voor heeft.
  5. welke positieve punten omtrent werkhervatting zij ziet om met de werkgever te bespreken en welke voorstellen zij daaromtrent kan doen.
  6. wet welke aandachtspunten er nog rekening gehouden moet worden: pijn, vermoeidheid, concentratiestoornissen, negatieve of angstige gevoelens, gebrek aan zelfvertrouwen, onduidelijkheden in administratieve procedures.

Heeft je patiënte geen zicht op bovenstaande punten, verwijs haar dan door naar hulpverleners die daarmee kunnen helpen. Het is niet altijd evident voor werknemers en zelfstandigen om te weten wat er allemaal binnen hun werkcontext mogelijk is.

(progressieve) werkhervatting

Wanneer je patiënte terug aan het werk gaat, wijs haar er dan op dat het werk eventueel gespreid kan worden als zij nog vakantiedagen over heeft. Raad je patiënte ook aan om met de arbeidsarts en adviserend arts een gesprek aan te gaan over een mogelijk werkhervattingsplan. Laat je patiënte zelf voorafgaand aan dat gesprek en samen met haar thuisomgeving al wat nadenken over een voorstel en mogelijk stappenplan.

Wijs je patiënte ook op de mogelijkheid om voor een progressieve werkhervatting te kiezen. Het loon van je patiënte wordt in dat geval aangevuld met een ziekte-uitkering. Je patiënte blijft erkend als arbeidsongeschikt, waardoor zij kan terugkeren naar een volledige uitkering indien de progressieve werkhervatting toch niet lukt. Op die manier moet de werkgever ook geen gewaarborgd loon betalen. Meer info vind je op de website van het RIZIV.

Tijd voor verandering?

Als je patiënte liever een andere jobinhoud wil, moedig haar dan aan om daar met de werkgever over te praten. Patiënten met het zelfstandige statuut raad je best aan om met hun boekhouder, sociaal secretariaat of andere adviseurs te praten over de mogelijke opties.

Als je patiënte geen voldoening meer vindt in de job die zij voor de diagnose uitvoerde, dan kan zij beter op zoek gaan een nieuwe uitdaging. Laat je patiënte daarin begeleiden door iemand die op de hoogte is van de wetgeving inzake arbeidsongeschiktheid en re-integratie op het werk, aangezien er verschillen zijn voor mensen met en zonder arbeidsovereenkomst. De website van het RIZIV en/of de FOD WASO kan meer inzicht geven. Deze laatste heeft over dit thema een overzichtelijke brochure uitgegeven.

Extra hulpmiddelen

Ga als zorgverlener ook na of je patiënte recht heeft op loopbaanbegeleiding. Zulke diensten begeleiden werkzoekenden met een arbeidshandicap via een planmatig, intensief en gefaseerd traject. Het eerste intakegesprek is gratis, daarna betaalt je patiënte met loopbaancheques.

Voor patiënten met een blijvende arbeidshandicap heeft de overheid een bijzondere maatregel opgesteld om de werkhervatting te ondersteunen, namelijk de BTOM of Bijzondere Tewerkstellings Ondersteunende Maatregelen. BTOM is zowel van toepassing op de situatie van loontrekkenden als zelfstandigen. Een voorbeeld van zo’n maatregel is de Vlaamse Ondersteuningspremie. De VDAB bepaalt of je patiënte daar recht op heeft.

Je patiënte kan ook via de arbeidsarts of personeelsdienst nagaan of de werkgever de principes van disability management implementeert. Dat is een systematische en doelgerichte aanpak op de werkplek om de re-integratie van personen met arbeidsbeperkingen te vergemakkelijken. Als je patiënte zelfstandige is, kan zij diezelfde aanpak hanteren om haar werkhervattingsproces te inspireren en te structureren.

Doe een donatie

Donaties door particulieren gaan naar het Pink Ribbon Fonds, dat wordt beheerd door de Koning Boudewijnstichting. Geniet in 2020 van een belastingsvermindering van 60%.

Doneer

Deel je verhaal

Wil jij graag je verhaal posten op onze Pink Ribbon-website? Dat kan!

Schrijf mee

Word partner

Wil je als bedrijf Pink Ribbon steunen? Dat kan!

Word partner