Header FF

Fabels over borstkanker

Cijfers en feiten

Borstkanker is de meest voorkomende kanker bij vrouwen. Op dit moment vechten er maar liefst 100.000 Belgische vrouwen tegen de ziekte. In hun strijd krijgen ze te maken met heel wat informatie uit verschillende bronnen, waardoor het ontstaan van misverstanden onvermijdelijk is. Hoor jij soms ook zaken waarvan je denkt: is dat nu waar of niet? Wij zetten de meest voorkomende fabels over borstkanker voor jou op een rij en geven duiding.

1. Een mammografie is gevaarlijk. Je borsten worden geplet en gekwetst tussen de platen en dat kan letsels veroorzaken.

Dat klopt niet, in het verleden zijn er enkele gevallen voorgekomen waarbij het gebruik van een foute techniek blauwe plekken veroorzaakte. Dat leidt echter niet tot borstkanker, maar kan vanzelfsprekend tijdelijke last en pijn veroorzaken. Bij gebruik van de nieuwste mammografietoestellen is het gevaar op het veroorzaken van verwondingen bijna onbestaande.

2. Jonge meisjes en vrouwen kunnen geen borstkanker krijgen, het treft enkel vrouwen ouder dan 40 of 50 jaar.

Onjuist, alhoewel zeldzaam (< 5% van alle borstkankers) kan borstkanker ook jongere vrouwen (< 40jaar) treffen. Erfelijkheid speelt hier dikwijls een belangrijke rol en jongere vrouwen hebben meestal triple negatieve of herceptinegevoelige borstkankers.

Uit statistische gegevens voor borstkanker in Vlaanderen blijkt dat de kanker bij vrouwen jonger dan 25 jaar vrijwel niet voorkomt. In 2011 was er bijvoorbeeld één diagnose in Vlaanderen, in 2010 waren dat er drie. Ook in de leeftijdsgroep van 25 tot 29 jaar komt borstkanker niet veel voor, met in 2011 35 patiënten in Vlaanderen. In de leeftijdsgroep tussen 30 en 39 jaar kregen in 2011 256 vrouwen borstkanker.

Bron: https://www.allesoverkanker.be

3. Borstkanker betekent altijd een amputatie, chemo en/of bestralingen, anders zal je nooit genezen.

Borstkanker is een ziekte met ‘vele gezichten’. De behandeling verschilt sterk naargelang het type tumor en de patiënt zelf. Hormoongevoelige kankers, herceptinegevoelige kankers of kankers die geen van beide gevoeligheden vertonen, vereisen elk een specifieke behandeling. Zowel heelkunde, bestraling en medische behandeling (chemo-, hormoon- of immunotherapie) worden bepaald door leeftijd, kankerstadium en biologische eigenschappen van de tumor. Dus niet alle borstkankers vereisen een amputatie, behandeling met chemo of bestraling.

4. Als je alleen maar hormoon- of immuuntherapie krijgt, zal je wel niet echt kanker gehad hebben.

Onjuist. Er zijn verschillende vormen van borstkanker, en dus ook verschillende behandeltrajecten. Hormoon- en immuuntherapie zijn behandelingen die deel kunnen uitmaken van een kankerbehandeling.

5. Alle borstkankers zijn hetzelfde.

Je zou bijna kunnen stellen dat geen enkele borstkanker dezelfde is. Zowel oorzaak, type van borstkanker (gevoeligheid voor hormonen of weefseltype), uitgebreidheid en genetische achtergrond kunnen verschillen. Dat is ook de reden waarom de geneeskunde van borstkanker zo complex is geworden en dat iedere behandeling zoveel mogelijk persoonlijk wordt afgestemd.

6. Hoe groter de tumor, hoe zwaarder de therapie.

De ‘zwaarte’ van je behandeling hangt af van het stadium waarin je tumor zich bevindt en de structuur die de tumor heeft. Daarbij wordt rekening gehouden met de eventuele aantasting van okselklieren, de biologische eigenschappen van de tumor en de aan- of afwezigheid van gevoeligheid voor hormonen of andere tumorbevorderende groeifactoren. Ook de aanwezigheid van uitzaaiingen zal een invloed hebben op de ‘zwaarte’ van een behandeling.

7. Suiker is gevaarlijk als je borstkanker hebt en beïnvloedt het risico om borstkanker te krijgen.

Zoals elke cel heeft een kankercel suiker of glucose nodig om te groeien. Het is echter verkeerd om te denken dat minder suiker innemen de kankergroei zal stoppen. Het is namelijk zo dat onze lever op zichzelf reeds veel suiker aanmaakt. Daardoor heeft een vermindering van suikerinname door je dieet geen invloed op de groei van kankercellen. Bovendien hebben kankerpatiënten juist een goede evenwichtige voeding nodig en suiker maakt daar integraal deel van uit. Suiker op zich is geen risico op het ontwikkelen van borstkanker.

8. Bij hormoontherapie kan haar niet uitvallen.

Onjuist, ook een behandeling met hormoontherapieën Tamoxifen of aromatase inhibitor kan haarverlies veroorzaken. Dat verlies zal echter veel minder uitgesproken zijn dan het verlies dat optreedt bij bepaalde vormen van chemotherapie. Matig haarverlies of haarverdunning kan zelfs optreden bij 25% van de patiënten die een behandeling met Tamoxifen krijgen. Bij een behandeling met een aromatase inhibitor is dat zelfs 30%. Een verlaging van het oestrogeengehalte, zoals tijdens de menopauze of een antihormonale behandeling, kan leiden tot haarverlies. Dat komt omdat de haargroei minder wordt gestimuleerd vanuit de haarwortels.

9. In-vitrofertilisatie (IVF) verhoogt het risico op borstkanker

Er is geen verhoogd risico op borstkanker na een IVF-behandeling. Een grootschalig onderzoek bij meer dan 25.000 vrouwen, die in de periode 1980-1994 een vruchtbaarheidsbehandeling ondergingen, bevestigde dat. Ook recente onderzoeken tonen geen aanwijzingen van een verhoogd risico aan. Het is wel zo dat bij IVF tijdelijk seksuele hormonen (oestrogeen en progesteron) worden toegediend. Deze hormonen kunnen de ontwikkeling van bepaalde borsttumoren bevorderen. Daarom dient bij vrouwen die aan een IVF-behandeling starten steeds borstkanker te worden uitgesloten.

10. Aan borstkanker ga je altijd dood.

Hoewel vrouwen inderdaad kunnen sterven aan borstkanker, overleven veel vrouwen de ziekte. De kans dat een vrouw na vijf jaar nog in leven is, is in België 90,5%.

Bron: Stichting Kankerregister

11. Het eten van sojaproducten verhoogt het risico op borstkanker.

Dat klopt niet, wereldwijd onderzoek naar de rol van sojaproducten toonde een licht beschermend effect aan van soja tegen het ontwikkelen van borstkanker in Aziatische landen terwijl dit effect amper werd gezien in westerse landen. Verder onderzoek is echter nodig.

12. Grote borsten verhogen het risico.

Dit is niet waar. De grootte van de borsten heeft geen invloed op de kans op het ontwikkelen van borstkanker.

13. Je kan borstkanker krijgen van deodorant.

Van deodorant krijg je geen nare, vieze lichaamsgeurtjes en je krijgt er ook geen borstkanker van. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt er geen verband te zijn tussen deze deodorant en borstkanker.

14. Het dragen van beugelbeha's vergroot de kans op borstkanker.

Met of zonder beugels: een beha kan geen kwaad. Het dragen van beha’s leidt niet tot het ontstaan van borstkanker.

15. Kennis van je borsten verkleint de kans op borstkanker.

Kijk regelmatig naar je borsten en ken je borsten! Door dat te doen, kan je ook veranderingen in je borsten opmerken en is de kans groot dat je een borstkanker vroeg zal ontdekken. Het geeft je echter geen garantie en kennis van je borsten kan dus een borstkanker ook niet voorkomen.

16. Borstkanker is altijd erfelijk.

Ondanks wat veel mensen denken, speelt erfelijkheid bij niet meer dan 10% van de vrouwen met borstkanker een rol.

Met dank aan Professor Jan Lamote voor zijn medewerking aan dit artikel.

Lees ook: Feiten over borstkanker Lees ook: Uitspraken over borstkanker met onvoldoende bewijs

Doe een donatie

Donaties door particulieren gaan naar het Pink Ribbon Fonds, dat wordt beheerd door de Koning Boudewijnstichting.

Doneer

Deel je verhaal

Wil jij graag je verhaal posten op onze Pink Ribbon-website? Dat kan!

Schrijf mee

Word partner

Wil je als bedrijf Pink Ribbon steunen? Dat kan!

Word partner